Geschiedenis van Hongarije

Thema’s > Geschiedenis Hongarije

De oudst bekende bewoners van Hongarije waren jagers uit het Stenen Tijdperk. Onder de Romeinen maakte het gebied deel uit van de provincie Pannonia. Daarna werd het o.a. bewoond door de Goten en de Hunnen.

De voorouders van de etnische Hongaren waren de Magyaren, die in 896 onder leiding van Árpád het Karpatenbekken binnentrokken, waar ze de oorspronkelijke bewoners onderwierpen. In het jaar 862 stroomden honderd- tot vijfhonderdduizend Magyaren Hongarije binnen.

István, een afstammeling van Árpád, die in 997 aan het bewind kwam, was de stichter van het koninkrijk Hongarije. Hij werd in 1000 door de paus tot ‘Apostolisch koning’ gekroond, vestigde een krachtig centraal gezag en voerde het christendom in. In de geschiedenis staat hij bekend als de Stefanus I de Heilige. Klik hier voor een landkaart van Hongarije uit 900 Na Chr.

Na een pauze aan het begin van de 15de eeuw hervatten de Turken vanaf 1415 hun opmars door de Balkan in de richting van Wenen. Klik hier voor een landkaart van Hongarije uit 1401. Onder het bewind van Matthias Corvinus (Mátyás Hunyadi), die in 1458 tot koning gekozen werd, was Hongarije een van de machtigste landen van Europa.

Wist je dat in Hongarije elke dag om 12 uur ‘s middags de kerkklokken luiden om de overwinning van de Hongaren op de Turken te herdenken (21-22 juli 1456). De toenmalige Hongaarse leider was Hunyadi János, de vader van Koning Mátyás. Dit vond plaats in Nándorfehérvár, het huidige Belgrado. Zelfs de Hongaarse televisie zendt dit klokkengelui elke dag om 12 uur uit (in het programmaschema noemt dit Déli harangszó).

In 1526 echter werden de Hongaren in de slag bij Mohács verpletterend verslagen door de Turken, waarna het land voor een deel onder bestuur van de Osmaanse sultan kwam en voor een deel onder dat van de Habsburgse keizer in Wenen. Het eind van de Turkse periode (1686) is een diepe cesuur in de Hongaarse geschiedenis. De Turkse periode heeft de Cserehát de mogelijkheid gegeven om op cultureel gebied aan te knopen bij het meest verlichte wat er in die tijd was. Toch is er ook veel schade geweest: van honderden dorpjes en vlekken was na de Turkse nederlaag geen spoor meer over.

In 1690 werd het land tenslotte weer verenigd onder de Habsburgers. Klik hier voor een landkaart van Hongarije in 1700. Hierna begon een langdurige strijd voor de bevrijding van het Oostenrijkse juk. De opstand van 1848 onder leiding van Lajos Kossuth werd snel neergeslagen, maar in 1867 kreeg Hongarije een eigen regering (de Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie).

In 1867 ging keizer Frans-Jozef akkoord met een zekere zelfstandigheid van Hongarije. Dit duurde tot 1918 toen na de nederlaag in WO I de Volksrepubliek werd uitgeroepen, met graaf Mihály Károlyi als president. In november 1918 was Hongarije een Volksrepubliek geworden. In maart 1919 had deze republiek plaatsgemaakt voor een Radenrepubliek. Het verdrag van Trianon (1920) met de geallieerden betekende een aanzienlijke gebiedsverkleining: grote gebieden met een Hongaarse bevolking vielen toe aan de omringende landen. In 1921 werd de monarchale regeringsvorm hersteld, nadat een Radenrepubliek onder de communist Béla Kun ineengestort was.

De vrede van Trianon en het experiment van Béla Kun bepaalden het politieke klimaat in de periode tussen de wereldoorlogen. De communistische partij bleef verboden en de activiteiten van de socialistische partij werden beperkt. Kerkelijke leiders kregen meer invloed. Op het gebied van de buitenlandse politiek streefde Hongarije naar een herziening van het verdrag van Trianon. Het zocht aansluiting bij Duitsland en het nationaal-socialisme kreeg steeds meer aanhang. Dank zij de invloed van Duitsland kreeg Hongarije in 1939 gebiedsuitbreiding ten koste van Slowakije.

In WO II poogde Hongarije een neutrale houding te etaleren, maar de sympathieën met Duitsland waren overduidelijk. Doordat Duitsland en Italië in 1940 een deel van het Roemeense Transsylvanië aan Hongarije toewezen was die houding moeilijk vol te houden. In 1941 werd de oorlog verklaard aan de Sovjet-Unie. In 1943 knoopte de regering geheime besprekingen aan met de geallieerden, waarna Duitsland het land bezette en prompt de Jodenvervolging inzette.

Nergens verliep de deportatie van de joden naar de vernietigingskampen zo snel als in Hongarije. De Hongaarse joden werden naar de kampen getransporteerd om te worden uitgeroeid. Tussen 15 mei en 9 juli 1944 verdwenen 400.000 Hongaarse joden naar Auschwitz. Behalve dat, zijn de Hongaarse fascisten ook bijzonder wreed opgetreden tegen de joodse bevolking. In de winter van 1944-45 zag de Donau rood van het bloed in Boedapest, toen de stad met de grootste joodse bevolking in Europa. ‘s Nachts werden de joden in hun ondergoed op de kade recht voor het opgesteld en het ijskoude water in gemitrailleerd. Voor de Tweede Wereldoorlog telde de joodse gemeenschap in Hongarije 725.000 personen maar als gevolg van de massale deportaties naar de dodenkampen vanaf 1944 waren er op het einde van de oorlog nog slechts 120.000. Tijdens de daarop volgende veertig jaar communisme is er nooit serieus gepraat over deze zwarte bladzijde in de Hongaarse geschiedenis. De staat was zelf antisemitisch en deed de misdaden uit de oorlog af als vergrijpen gepleegd door een klein groepje extremisten, die in de ban waren van Nazi-Duitsland.

In januari 1945 werd het land van de Duitsers bevrijd door Sovjettroepen. De voorlopige regering begon meteen met de herverdeling van de grond, die nog grotendeels in handen was van de adel en de Kerk. De verkiezingen in dat jaar werden gewonnen door de Partij van Kleine Landeigenaren, maar met steun van de Sovjettroepen verworven de communisten de belangrijkste minstersposten.

De grensveranderingen van Hongarije zijn in onderstaande figuur nog eens snel weergegeven van 1000 tot en met 1945.

Hongarije werd in 1946 een republiek. Bij de verkiezingen van 1947 kregen de communisten het grootste aantal zetels (22% van de stemmen). Deel uitmakend van een coalitieregering begonnen ze met de herverdeling van de grond en het naasten van bedrijven. Na de vrede van Parijs (1947) werd de situatie er niet rooskleuriger op, omdat de Sovjet-Unie een groot deel van de Hongaarse industrie als vorm van herstelbetaling in beslag nam. Bovendien moest Hongarije afzien van de Marshall-hulp. Begin 1948 kwam er een fusie tot stand tussen de communisten en de socialisten en werd het eenpartijstelsel van kracht. Hierna volgde een periode van zuiveringen en schijnprocessen, waarin ook de r.-k. Kerk het moest ontgelden. Kardinaal József Mindszenty, die tegen de communisten geprotesteerd had, werd december 1948 tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld.

Wij denken dat je ook deze pagina's en aanbiedingen leuk vindt:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *