2002 Budapest

Stand van zaken in Boedapest augustus 2002 en jaarwisseling 2002/2003.

Mijn vakanties in Boedapest van 14 tot en met 31 augustus 2002 alsmede 19 december 2002 tot 5 januari 2003 is er één geweest van gemengde negatieve en positieve gevoelens. Als appartementbezitter in Boedapest leef ik uiteraard mee met alle positieve maar ook negatieve ontwikkelingen in Hongarije.

Voor de aanvankelijk negatieve ontwikkelingen verwijs ik mede naar mijn ingezonden “waterstand” stukje in de nieuwssectie van HongarijeVakantieland.nl. Gelukkig heeft de watersnood in Boedapest geen enkele schade van betekenis aangericht. Wel is er in de provincie schade geweest doordat in de Donau-uiterwaarden gebouwen onder water liepen, doch dat is mijns inziens een gevolg van een al of niet bewust genomen risico bij de aanschaf van dergelijk laag gelegen en dus veel goedkopere gebouwen.

Nadrukkelijk geconfronteerd met onroerend goed vond ik het een goed idee ook hierover eens nader te berichten; tenslotte valt of staat het gezicht van een grote stad voor een groot deel met de onderhoudsstatus van de gebouwen: het eerste aanzicht.

Dit stuk is bedoeld voor al diegenen die wat meer over Boedapest willen weten dan alleen vanuit de toeristische invalshoek wordt geboden; het laatste deel van dit stuk is echter ook voor de toerist interessant omdat het “monumentale gebouwen” in de stad beschrijft.

Als geïnteresseerde in het wel en wee van Hongaren bleek mij bij enige navraag dat de economische situatie voor de inwoners aan het verslechteren is. Met de nu algemeen toeslaande economische malaise is er in Hongarije en met name Boedapest een extra negatieve factor die van grote betekenis is voor de financiële situatie van haar inwoners.

Met het verlaten van de communistische staatsgeleide economie sedert 1989 hebben zich in Boedapest veel buitenlandse bedrijven gevestigd (tijdens de Balkanoorlog was het een centrum voor de oorlogsorganisatie) als hun bestuurlijk en organisatorisch centrum voor activiteiten in Oost Europa. Bijna alle internationaal opererende banken, verzekeraars, accountants en makelaars hebben met de vele eveneens internationaal opererende bedrijven wel een vestiging in Boedapest; als gevolg hiervan is de stad zeer snel aan het verwesterlijken. Naast de ideale ligging als entree naar Oost Europa was ook het aspect dat Hongaren bij een relatief laag loonniveau een goede arbeidsdiscipline en opleidingsniveau hebben keuzebepalend. Inmiddels hebben steden als Praag en Wenen moeten ervaren dat veel bedrijven de voorkeur aan Boedapest hebben gegeven. De gevolgen van deze in eerste instantie positieve ontwikkeling geeft echter op de kortere termijn grote financiële problemen voor de inwoners

Financiële situatie van haar inwoners: Het viel mij deze keer in Boedapest op dat de sfeer meer geladen was dan anders, de bevolking was minder vrolijk en soms zelfs wat licht geraakt; de vraag was dan ook wat er gaande is.

In 1998 was in Boedapest een netto maandloon van EURO 400 heel behoorlijk, momenteel zal dit op ongeveer EURO 500 liggen. De loonontwikkeling blijft hiermee echter achter bij de prijsverhogingen welke met name Boedapest treffen. Door de verwesterlijking worden veel meer producten geïmporteerd dan voorheen waardoor bijvoorbeeld levensmiddelen en kleding fors duurder uitvallen omdat de goedkopere lokale producten worden verdrongen. Hiernaast zijn de kostenstijgingen van elektriciteit, telefoon, kabelaansluitingen (lijkt een van de eerste levensbehoeften) en ook het uitgaansleven enorm en weet men hier niet goed mee om te gaan na een jarenlange staatsgeleide communistische loon en prijs protectie.

De voor Boedapest zo belangrijke toeristen (uit met name Amerika) bleven dit jaar aanvankelijk weg waardoor de verwachte inkomsten van deze jaarlijks grote groep bezoekers teleurstelden, maar inmiddels eind 2002 is de (Amerikaanse) toerist weer normaal in het straatbeeld vertegenwoordigd. Voor de jaarlijks terugkerende toerist zijn de prijsstijgingen een tegenvaller van importantie, alhoewel het prijspeil nog immer lager ligt dan in Nederland. Met name in restaurants (en ook die welke in augustus nog goed waren) zijn de prijzen fors verhoogd, de kwantiteit verminderd en de kwaliteit veelal slechter. Duidelijk is dat Boedapest zich economisch aan het “zetten” is en dat dit (nog) veel spanningen voor haar inwoners zal geven.

De invloed als gevolg van de toename van buitenlandse bedrijven is enorm. Nieuw gebouwde winkelcentra zoals bijvoorbeeld het in Centraal Europa grootste en meest luxueuze WestEnd City Center (uit 2000 en gelegen bij station West. Inmiddels lijkt ook de aanschaf van nieuwe (met veelal door buitenlandse banken gefinancierde) geïmporteerde personenwagens normaal geworden.

Voor vele inwoners van Boedapest die zich maar al te graag laten en lieten verleiden tot deze achteraf meestal niet betaalbare luxe blijkt het rampzalig. In het centrum uit zich dat met name in verwaarlozing van de met de val van het communisme goedkoop verworven huurwoningen. Er werd regelmatig gevraagd of ik meubelraad en zelfs appartementen wilde kopen van inwoners die door geldgebrek gedwongen appartement en/of meubelraad moeten verkopen om hun te hoge schulden te voldoen. Ter plekke bleek mij alras dat dit meubelraad in Nederland nog slechts aan een afvalophaler (die dus geld vraagt om het te verwijderen) meegegeven kan worden. Het was een zeer onaangename ervaring om een oorspronkelijk rijk aangekleed en magnifiek gelegen appartement te bezichtigen waar sedert vele tientallen jaren geen enkel binnenonderhoud heeft plaatsgevonden; over het buitenonderhoud praten we maar helemaal niet. Afsluitingen van elektra en gas komen in Boedapest steeds meer voor, terwijl door huurachterstanden ook huisuitzettingen er toenemen.

Ook in het straatbeeld valt op dat er meer oudere zwervers zijn zonder onderdak (huurders die door schulden uit hun huis zijn gezet) en zonder enig vooruitzicht zijn vervallen tot overmatig alcoholgebruik.

Invloed van de financiële situatie op de huizenmarkt:Na de val van het communisme zijn veel appartementen in huizenblokken door de huurders gekocht vanwege de lage koopprijs (gebaseerd op de toen lage huurprijzen van zo tussen de EUR 15 en 50 per maand van 2 of 3 kamerappartementen). De splitsing in appartementen is door de overheid goed aangepakt en verschilt nauwelijks van die in Nederland, maar de huurders wisten feitelijk niet wat ze kochten.

Van huizenblokken die voor meer dan 50% nog in handen van de overheid zijn (welk deel is verhuurd aan oude bewoners en bedrijven tegen lage huren) is de splitsingsakte niet opgemaakt en dus ook de oprichting van een vereniging van eigenaren niet. Weliswaar is de overheid tot aan de splitsing verantwoordelijk voor het onderhoud en dient voor haar eigendomspercentage het onderhoud te betalen, maar……… de overheid heeft geen geld en verkoopt alle appartementen liever om zo het onderhoud aan de kopers over te laten.

DIT KAN U OOK INTERESSEREN:
Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *