 | Bestrijk de bodem en slechts 2 cm van het onderste deel van
de wand van de vormen met boter. |
 | Strooi de poedersuiker in de vormen en strooi het teveel
aan poedersuiker er weer uit. |
 | Zet de vormen even weg. |
 | Splits de eieren zeer zorgvuldig. |
 | Roer de eierdooiers met 160 gr kristalsuiker, de
vanillesuiker, wat zout en 1 1/2 eetlepel goed warm water tot een luchtige
lichtgekleurde massa. |
 | Schuif het rooster in het midden van de oven, maar verwarm
deze nog niet voor. |
 | Klop het eiwit zo stijf, dat het met een mes in plakken te
snijden is. |
 | Verwarm de oven voor. |
 | Zeef de bloem met de maïzena op het eiwit, giet daarop de
schuimig geklopte eierdooiers en spatel (roer vooral niet) alles met het pannenkoekmes
of een grote metalen lepel vlug en luchtig door elkaar. |
 | Schep, zodra er geen losse bloem meer te zien is, het deeg
in even grote porties in de beide vormen. |
 | Zet die zo op het rooster in de oven, dat de vormen elkaar
net niet raken. |
 | Roer de boter tot die zeer zacht en lichter van kleur
geworden is. |
 | Zeef 100 gr poedersuiker op de boter en roer beide door
elkaar. |
 | maak een glad papje van 2 eetlepels melk, de resterende
poedersuiker en het custardpoeder. |
 | laat in een kleine steelpan de rest van de melk warm
worden, voeg het papje toe en laat, onder goed roeren, de melk even koken. |
 | Neem het pannetje van het fornuis en roer de cacao of de
van tevoren in kleine stukjes gebroken chocolade door de custardvla. |
 | Roer tot een gladgebonden vla is ontstaan en schep die over
in een met koud water omgespoeld kommetje.
Laat de chocoladevla bekoelen, maar zet het kommetje niet in de koelkast. |
 | Controleer of het deeg gaar is: druk hiervoor met de vinger
even in het deeg; een vingerafdruk mag slechts enkele ogenblikken zichtbaar
blijven en het gare deeg moet enigszins van de wand van de vorm loslaten. |
 | Neem het gare deeg uit de vormen en laat het gebak op
taartroosters koud worden. |
 | Schep de dikke, lauwwarme chocoladevla lepelgewijs onder
goed roeren met een houten lepel of de eierklopper door de boter met de
suiker. |
 | Proef deze chocolade crème-au-beurre, die minder vet is en
beter vorm houdt dan crème-au-beurre die alleen van boter en suiker wordt
gemaakt en voeg naar smaak nog wat poedersuiker of cacaopoeder toe. |
 | Snijd beide taarten met een dikke draad garen of een mes
overdwars door. Bestrijk de gebakken zijde van 3 lagen taart met de crème
en laat deze stevig worden. |
 | Leg een plak gebak op de taartschotel. |
 | Veeg een niet te grote koekenpan goed schoon met een stukje
keukenpapier. |
 | Doe de resterende kristalsuiker in de koekenpan en laat de
suiker, onder af en toe omschudden, smelten en karamelkleurig worden. |
 | Neem de pan van het fornuis en leg een deksel schuin op de
pan, zodat aan de achterzijde van het deksel een opening blijft (het deksel
dient om tijdens het toevoegen van water de hand tegen stoom te
beschermen). |
 | Giet 2 dl warm water over het deksel in de pan. |
 | Zet de pan op de niet te hoog gedraaide vlam of plaat en
laat de karamel even koken. |
 | Schenk het citroensap in de pan en neem die van het fornuis
als de karamel dik vloeibaar is geworden. |
 | Schep 2 eetlepels karamel over de chocoladecrème op de
taartlaag op de schotel. |
 | Leg de volgende taartlaag op de eerste en schep daar weer
wat karamel op. |
 | Leg de derde taartlaag op de tweede en schep daar weer 2
eetlepels karamel op en leg er de laatste taartlaag op, met de gebakken
zijde naar boven. |
 | Schenk de rest van de karamel op de taart en zet die
afgedekt met een kom op een koele plaats, maar niet in de koelkast. |
 | Snijd de taart met een telkens in kokend water gedompeld
mes in 6 of 8 punten, als de karamel nog niet hard geworden is. |